Na de Dolomietenmarathon in 2018 was de vraag welk fietsdoel in 2019 op het programma kwam. In het najaar van 2018 haalde ik Carlijne over om met mij La Marmotte Granfondo Alpes te fietsen. We kregen nog wat KEK’ies zo gek en leefden zo’n 9 maanden toe naar een wederom geweldige fietservaring.

Qua fitheid niet helemaal mijn jaar. Begin van het jaar een voetblessure waardoor hardlopen niet meer zo lekker ging. Na de trainingsweek op Gran Canaria, die op fietsgebied super ging, bleef ik wekenlang moe. En toen we eindelijk de natte winter achter ons konden laten, liep ik medio april een fikse knieblessure op; juist hét moment waarop de kilometers gemaakt moesten worden. Mijn doel om bij de Marmotte voor goud te gaan (eindtijd 9 uur, 27 minuten) toen maar bijgesteld naar finishen. En net voor vertrek kwam er ook privé een naar bericht met de nodige, voor mij mentale, gevolgen.

Na een voorspoedige reis kwamen we maandagavond 1 juli met onze grote 9-persoonsbus aan in Oz en Oisans bij Chalet Beyond. Met ‘het foute uur’ van Sabrina en Carlijne zat de sfeer er al goed in. De bus was zo uitgeladen en we konden meteen aanschuiven voor het diner. Iedereen was goed gaar van de reis; die ochtend om 5:45 uur vertrokken en rond 19:00 uur aangekomen. Dus op tijd naar bed, want morgen lekker fietsen!

Dinsdag - acclimatiseren

La Bérarde

Meteen een lange rit op het programma: de La Bérarde. Niet de steilste klim, maar behoorlijk lang: ruim 30 km. Mooie training en vooral goed om te acclimatiseren! Zoals verwacht hartslag hoog. Met name de hitte maakte de klim op bepaalde punten zwaar. Bijna de hele weg naar boven loopt langs de rivier La Vénéon. Mooie watervallen. En opvallend veel vlinders! Afdalen was ook heerlijk! Prachtig om zo de eerste dag in de Alpen te beginnen.

Col d’Oz

Toen kwam het toetje van de dag: Col d’Oz. De enige manier om terug bij ons chalet te komen. Een klim van ruim 7 km met een gemiddeld stijgingspercentage van 7,7%. Dat is best pittig. En zeker met al 115 km in de benen. Daarnaast ook geen enkele beschutting op weg naar boven. En heet dat het was! Met een gelletje en een cafeïnepil ging de klim bij mij nog verrassend goed. Lekker met een muziekje aan en na Miriam boven. Niet iedereen had een fijne ervaring op deze klim. Meteen besloten de volgende ritten de bus beneden te zetten. En dat bleek goed van pas te komen, want tot twee keer toe hebben we nog een arme, uitgeputte, wandelende wielrenner op weg naar boven opgepikt.

Woensdag - lekker fietsen!

Col de Sarenne

Inmiddels waren Sylvia en Jolien ook gearriveerd. Samen met hen fietsten we, op aanraden van Melanie, de route naar de Col de Sarenne via Mizoën. Deze klim was nog mooier dan de la Bérarde. De laatste zware kilometers van bocht naar bocht met telkens weer een prachtig vergezicht, deed me denken aan de Stelvio.

Om exact 12.00 uur, de tijd waarop papa richting de O.K. zou gaan, kwam ik boven. Daar deden we een uitgebreide fotoshoot bij ‘het bord’ om vervolgens heerlijk af te dalen richting de Alpe d’Huez. Op de Alpe daalden we een klein stukje af om via de Pas de la Confession terug naar Allemont te fietsen. De Pas de la Confession gaf een mooi uitzicht op de bochten van de Alpe d’Huez, het toetje van de Marmotte aankomende zondag. In Allemont gezellig lunchen met Carlijne en Sabrina die Col d’Ornon hadden gefietst.

Donderdag - nog eentje

Col d’Ornon

Een laatste trainingsritje. Als de benen nog goed voelen, kan een klimmetje geen kwaad. En twee dagen herstel in het vooruitzicht. Col d’Ornon, een gelijkmatige klim van zo’n 11 km met een gemiddeld stijgingspercentage van 5,8%. Met name het begin van de klim is prachtig! Het einde van de klim is weidser, waardoor met name de wind vrij spel krijgt. Hier nog even een sticker plakken en snel weer naar beneden om met Sabrina en Carlijne te lunchen.

Briefing

Die avond stond voor ieder een massage op het programma. Even heerlijk die rug los masseren. En Martin gaf ons alvast de briefing voor de Marmotte. Wat konden we verwachten, wat moesten we vooral wel en niet doen. Hoe zou de dag eruit gaan zien en hoe zouden we ons voelen als we op de Alpe d’Huez zouden finishen. Heel fijn en geruststellend. Maar er beter van slapen deden mijn roomie Hedwich en ik niet. Martin sprak een voicebericht in op onze groepsapp waarbij we afspraken deze alleen af te luisteren als we dreigden op te geven.

Vrijdag en zaterdag - rust

Startnummers halen

De leukste manier om je startnummer op te halen, is door met de skilift van Col d’Oz naar de Alpe d’Huez te reizen. En met de dagpas konden we ook doorreizen naar Pic Blanc met prachtig uitzicht over de nog licht besneeuwde alpentoppen. Daar lieten we ons vertellen in de verte de Mont Blanc te kunnen zien en aan de andere kant de Mont Ventoux (mijn eerste berg).

Tasjes vullen

Deze keer hadden we de luxe dat we op de Glandon, de Télégraphe en de Galibier een busje van Chalet Beyond tot onze beschikking hadden. Hierin konden we een tasje achterlaten met eten, drinken, kleding, etc. waarvan we dachten daar tijdens de tocht behoefte aan te hebben. Het project tasjes vullen ging van start en werd nog best een uitdaging. We wilden natuurlijk veel meer meenemen dan erin paste. Uiteindelijk dacht ik terug aan de Dolomietenmarathon waar we deze luxe niet hadden en was ik snel klaar.

Die avond eerder aan tafel en op tijd naar bed. De grote dag was nu heel dichtbij!