Een blik omhoog en de gedachte: ‘wat een enorm gebouw…en zo dadelijk gaan we met de trap naar boven’. De Hoftoren, het op twee na hoogste gebouw van Den Haag (alleen de torens van de ministeries van BZK en V&J zijn 4 meter hoger). Een paar details van ‘de Vulpen’: 142 meter hoog, 31 verdiepingen, waarvan we er 28 met de trap gaan beklimmen; in totaal 495 treden. Dit is de tegenprestatie voor het sponsorgeld dat ik de afgelopen twee weken bij mijn vrienden, familie, collega’s en kennissen heb afgetroggeld. Met deze actie helpen we Plan Nederland met hun projecten om meisjes en jonge vrouwen een stapje hogerop te brengen.

Bij binnenkomst in het huis van de ministeries van OCW en VWS ontvangen we een envelop met onze startnummers en een chip. Nummer 51, daar kan ik wel mee leven. Na een warming-up van oud-schaatsster Annemarie Thomas mogen we plaatsnemen in de rij lopers. Om de twee minuten vlaggen drie enthousiaste dames een koppel af. De spanning stijgt wanneer mijn zusje en ik wachten tot onze twee minuten voorbij zijn. Geen idee wat ons te wachten staat achter het trapgat. Moeten we naar links of naar rechts? Hoe zien de trappen eruit?

We krijgen het startsein. Gelukkig wijst de weg vanzelf ;). Met twee treden tegelijk beginnen we aan onze klim. Bij verdieping zes zijn we eigenlijk al kapot. Hoe gaan we dit 28 verdiepingen volhouden? Niet. Met verstand op nul lopen we door. Op verdieping 15 is een overloop. Hier staan mensen van Plan Nederland klaar met bemoedigende woorden en een bekertje water. ‘Nee, bedankt’, roep ik. Ik hoor mijn zusje zeggen dat ze wel een slokje wil. Dat had ze beter niet kunnen doen, hoor ik achteraf.

Ik begin aan de laatste 13 verdiepingen. Dit tweede deel heb ik gelopen, rennen was niet te doen. Mijn ademhaling kon je volgens mij boven al horen. De laatste 3 verdiepingen werden aangegeven met bordjes. Heerlijk, het einde is in zicht. Ik hoor hoe de persoon voor mij enthousiast wordt binnengehaald. Ik ben er bijna. En voor ik het weet, hang ik hijgend over een bureaustoel heen gebogen. Ik word gewezen op het prachtige uitzicht over Den Haag. Maar nu ik dit schrijf, kan ik me er eigenlijk weinig van herinneren.

Mijn horloge geeft 5 minuten en 7 seconden aan. Wow! Een halve minuut later komt mijn zusje ook boven. Net zo kapot als ik. Wat kan 5 minuten veel impact hebben! Met pijn op onze borst en een raar droog hoestje vertrekken we met de lift naar beneden. Nog vol adrenaline bekijken we het klassement. Mijn zusje wint met 2 honderdsten verschil van haar leidinggevende en is door het dolle heen. De rest van de dag voelen we ons nog raar. Maar wij hebben maar mooi even één van de hoogste torens van Nederland opgerend. Dat kunnen met ons maar 74 mensen zeggen!

(EV, 7 april 2014)