Iets minder dan een jaar geleden vertelde Selma voor minimaal twee jaar naar Oman te gaan. Wij zouden daar wel komen fietsen. En zo geschiedde. Het werd een week vol met avonturen. We brachten een nacht door in de woestijn, maakten een prachtige hike en fietsten drie dagen door de bergen waarbij we sliepen onder de sterren. Een geweldige manier om kennis te maken met een verrassend mooi en vriendelijk land: Oman.
De reis
Op vrijdagavond 3 februari 2023 vertrokken we uit het frisse en grijze Nederland. En zo’n 12 uur later stapten we uit in een heerlijk warm en zonnig Oman. Maar voordat we Oman echt in mochten, moesten we nog wel even een foto en vingerafdrukken achterlaten en een stempel bemachtigen. Onze koffers hadden inmiddels al een paar rondjes over de bagageband gezworven. In de aankomsthal stond Bram al klaar en was Selma bezig de huurauto te regelen. Alsof we elkaar vorige week nog hadden gezien, zo vertrouwd voelde het meteen al weer.
We reden naar de compound van PDO, het bedrijf waar Selma aan is ‘uitgeleend’. Onderweg zagen we de grootste moskee van Oman. En gewoon een compleet andere wereld: witte huizen, brede, strakke snelwegen, weinig groen en een ruig berglandschap op de achtergrond. De compound bestond uit een lange hoofdweg met aan weerszijden appartementencomplexen. Alles strak en netjes met bloemenperkjes en palmbomen.
De club
Eerst naar ‘de club’. De club bestaat uit een restaurant, bar, zwembad, tennisbaan, padelbaan, etc. en ligt aan het strand. Hier lekker gelucht en daarna de heerlijk warme zee in en op het strand liggen. Even bijkomen van de overgeslagen nacht. Niet te doen met overal kinderen in het vliegtuig die om de beurt ‘aan’ gaan (lees: huilen). Samen met Selma even naar de supermarkt om inkopen te doen voor het avondeten. Vind ik altijd heel leuk om in het buitenland te doen. Nou je kon er zelfs Heinz en Quacker krijgen…

’s Avonds BBQ’den we aan het strand. Hier staan een soort mini keukens met grill erin die je kunt gebruiken. Je neemt zelf je eten en houtskool mee en grillen maar! En je kunt ze vies achterlaten, want schoonmaken wordt de volgende dag gedaan. Heerlijk om zo lekker te acclimatiseren met elkaar.
Een nacht in de Wahiba Sands
Selma had een heel programma voor ons in petto. En het leuke eraan was dat ze deze dingen zelf ook nog niet had gedaan. “Wat vinden jullie ervan om een nachtje in de woestijn te slapen?” “Zo’n woestijn zoals in Aladin?”
Na een goede nacht op matrassen op de grond in het appartement van Selma en Bram maakten we tijdens het ontbijt het plan voor die dag. We verzamelden de tenten, slaapzakken, kussens en kampeerspullen. We bereidden een pastasalade voor die avond in de woestijn en gingen na de lunch op weg met een volgeladen jeep en huurauto.
Na zo’n twee uur rijden arriveerden we aan de rand van de Wahiba Sands. Een steile zandheuvel maakte dat onze huurauto hier moest achterblijven en we met de jeep verder de woestijn in gingen. Dat moest in drie etappes. Dus Bram reed met Lucia de woestijn in op zoek naar een mooie kampeerplek. Daarna werden Selma en de bagage naar die plek gebracht. Tot slot stapten Hilleke, Joyce en ik in de jeep. Dat ritje was echt heel tof. Bram scheurde ons door de woestijn en een aantal grote zandheuvels over naar een prachtig plekje waar Selma en Lucia de eerste tent al hadden opgezet.
Daarna was het net vijf meisjes in de speeltuin. “Het is net één grote zandbak!”, riep Joyce met haar heerlijke accent. We sprongen van zandheuvels af en Bram maakte gave foto’s. Bovenop een zandheuvel keken we naar de ondergaande zon. We aten de pastasalade en roosterden marshmallows boven het kampvuur. Marshmallows roosteren vergt overigens wel skills. En met name geduld, wat Selma klaarblijkelijk niet had, aangezien die van haar regelmatig vlam vatten. Mijn advies: laat de vlammen aan de marshmallow likken :p.




De nacht was belabberd; ik slaap gewoon niet (lekker) in een tent. Moest er ook twee keer uit, maar een hoofdlampje was niet nodig, want het was volle maan. Bizar hoeveel licht die geeft!
In de ochtend aten we overnight oats en maakten we ons klaar voor het volgende avontuur dat Selma op de planning had staan; hiken. We braken het kamp af en gingen op weg naar Wadi Bani Khalid. Maar eerst nog even lucht in de banden van de jeep pompen. Daar maakten we ook kennis met de Omaanse karak en platbrood met dahl en humus.
Hike door Wadi Bani Khalid
Een uurtje later reden we de wadi binnen. Een wadi is een vallei waar door regenval een groen gebied is ontstaan in het verder dorre en droge landschap. Daar gingen we er later nog meer van zien. Heel bijzonder hoe je dan plots tussen de palmbomen staat.
De hike bracht ons steeds dieper tussen twee bergwanden in. Ik had geen idee wat ik mij van die hike moest voorstellen. Waar we eerst nog over grove keien liepen, waadden we al snel door het water en klauterden we over rotsen. Later zwom ik met rugzak en al door de wadi en sprong ik zelfs van een waterval af het water in. Het was zo spectaculair mooi! En we hebben ook zo gelachen om klimgeit Hilleke en de net te korte beentjes van Lucia. Vaak dacht ik…maar hoe komen we hier dan weer boven? Het was een leuke puzzel en zeker niet zonder gevaar. Dat maakt het achteraf nog gaver.








Moe, voldaan en boordevol geweldige indrukken sliepen we die nacht weer in het appartement van Selma en Bram. Klaar voor een vroeg vertrek de volgende ochtend naar ons volgende avontuur. Dat waar we oorspronkelijk voor kwamen: MTB’en.
MTB - dag 1
Om 6:45 uur vertrokken we naar het startpunt van onze MTB-tocht en arriveerden om 8:00 uur in de buurt van Nakhal. Daar stond onze gids Barteld van Untravelled Roads al klaar met Abas, de chauffeur van onze volgauto. Even naar het toilet achter de moskee, MTB’s optuigen met Garmins, bidons en camera en daar gingen we.
Het programma van deze tour:
Dag 1 - Wadi Almaawil - Falaj al Khawr - 90 km en 800 hm
Dag 2 - Falaj al Khawr - Mashuq - 93 km en 1925 hm
Dag 3 - Mashuq - Alayah - 95 km en 1300 hm
Even wennen om weer op de MTB te zitten. De eerste keer dit jaar dat ik weer buiten fiets en dan meteen in meer dan 25 graden. Wat heerlijk! Ieder jaar constateer ik wederom dat ik niet gemaakt ben voor de Hollandse winter. Misschien moet ik daar eens iets mee…

We fietsen de eerste kilometers op asfalt. Het tempo zit er meteen al lekker in. Na zo’n 30 km vinden we een mooie plek voor een eerste stop. Het is een lekker plekje off road. Barteld tovert een zelfgemaakte bananencake tevoorschijn en zet daarmee de standaard voor de rest van de trip. De stemming zit er ook lekker in. Iedereen voelt zich goed en heeft er zin in.
Na de stop zien we twee dromedarissen. Gave beesten! We rijden steeds meer off road en zien de bergen dichterbij komen. Rond 12.00 uur komen we langs een koffietentje waar we even wat drinken. Daarna hebben we een echte Arabische lunch. We zitten met elkaar in een apart kamertje op de grond. Er wordt een plastic tafelkleed uitgerold en binnen no time staan er borden met platbrood, dahl en ei op ‘tafel’. De eigenaar van de zaak vindt het prachtig en maakt met iedereen een selfie.
Als we rond half 2 weer verder fietsen, is de hitte goed te voelen. Het is zeker meer dan 30 graden. We fietsen steeds dichter naar de bergen toe, maar met het echte klimmen valt nog mee. Wat overigens echt hilarisch is: de Omani vinden het geweldig om ons te zien fietsen. Toeterend en met raampjes open rijden ze langs; vaak filmend met hun telefoon. We zwaaien naar iedereen en moeten erg lachen om de “how are you’s” met Arabisch accent.

We maken nog een stop bij een mooie wadi en fietsen dan het laatste stuk naar onze kampeerplek. Abas is er al en bezig de tenten op te zetten. We vallen aan op chips met fris. En dan start Selma met het koken van pasta en het opwarmen van de homemade pastasaus van Barteld. Pannenmanagement: 4 pannen op 2 pitten; Selma kan het. Lucia, Hilleke en ik snijden ondertussen de ingrediënten voor een frisse salade. En al snel zit iedereen lekker te eten.
Na het eten geeft Barteld een briefing over de rit van morgen. Er staan weer zo’n 90 km op het programma, maar wel met ruim twee keer zoveel hoogtemeters. We spreken af om 6 uur op te staan met het streven om 8 uur te vertrekken. Barteld gaat nog even alle fietsen smeren en waar nodig wat aanpassingen doen. Zo stond mijn voorvering ingesteld op iemand van 80 kg. Dat geeft veel te veel gedreun op je polsen. Dus daar even wat aan gedaan, wat mij de dagen daarop meer comfort gaf.

Tijd om op te frissen en richting bed te gaan. Eerst een toiletbezoek. Met de klap-wc-bril (als in klapstoel), schep en wc-rol ga ik op weg naar een plekje achter de rotsblokken. Kuiltje graven, klapbril eroverheen en lekker zitten. Wel oppassen dat de pootjes niet wegzakken in het kuiltje. Dit is toch de perfecte uitvinding voor kamperende fietsers met zware benen?!
Een douche zou ook niet weg zijn. We plakken van alle zonnebrandcrème en stof. Zo’n 50 meter verderop klettert water naar beneden. Wellicht kunnen we daar wat mee. Selma en Lucia komen als herboren terug als Joyce en ik hen met handdoek en douchegel tegemoet lopen. Hoewel we niet echt onder de waterval kunnen staan, geef hij genoeg water om echt even lekker schoon te spoelen. Heel fijn om relatief schoon de tent in te kruipen.
Ik slaap in de tent met Hilleke. Onze eerste roomie-ervaring vorig jaar op Mallorca was goed bevallen. Gegarandeerd een rustig tentmaatje die mijn nachtelijke activiteiten kan handelen. Want dat is mijn grootste zorg met kamperen; dat ik dan moet plassen en die tent uit moet kruipen. Dat was in de woestijn al twee keer het geval; deze nacht ook. Plassen achter de tent, bij volle maan, met een prachtige sterrenhemel is nu ook weer geen ramp. Beter dan het soppen door een nat grasveld tijdens mijn kampeernachtje naast het Ventje. Later dan toch in slaap gevallen. En ik had de volgende ochtend, tot frustratie van Joyce, nog een aardige slaapscore en body battery (voor de Garmin-kenners).

MTB dag 2
Met Hilleke naast je is een wekker niet nodig. Om kwart voor 6 hoorde ik de rits van de tent open gaan. In de schemer pakten we alles weer in en verschenen we in fietskleding aan het ontbijt. Selma was al weer aan de gang met haar pannetjes voor de havermout en thee; top ontbijt. We ruimden het hele kamp op en vertrokken volgens plan voor onze tweede rit.
Via een fijne asfaltklim fietsten we de wadi uit richting Rustaq. Dit eerste deel was heel goed te doen. Rustaq is een van de vele voormalige hoofdsteden van Oman. We fietsten onder een mooie stadspoort door waar Barteld foto’s stond te maken. Selma en ik kwamen onder de poort door maar waren even vergeten dat schouder aan schouder niet gaat met een MTB. Onze sturen raakten elkaar waardoor we heel hard moesten lachen en dus helemaal vergaten om ons heen te kijken. En zo misten we het kasteel dat we in de verte hadden kunnen zien en waar ik dus ook geen foto van heb :s.

In de stad vonden we een klein koffietentje waar we buiten konden zitten en karak dronken. We klommen Rustaq weer uit en reden lekker verder met een combinatie van asfalt en off road wegen.

Rond het middaguur streken we neer op weer een prachtige plek. Deze keer in een droge rivierbedding. Barteld ging aan de slag met het bereiden van de lunch. Wraps met verse tonijnsalade. Ja, ik heb er ook eentje gegeten! Selma en ik aten er ook nog eentje met pindakaas.
Na de lunch begon het echte werk. Off road! Vanaf het moment dat ik op de fiets zat, begon mijn buik te krampen. Was het de tonijn of de pindakaas? Een snelle check bij Selma; het was de pindakaas. Niets aan te doen. Daarbij weinig tijd om lang bij stil te staan…de 3,5 km lange klim waar Barteld het al de hele tijd over had kwam steeds dichterbij.
Nog even een korte pauze bij een mooie rotsspleet en toen moesten we er toch echt aan geloven. Om half 3 begonnen we aan de klim. Het eerste deel was super steil. Ik reed vrij vooraan en kon daar nog wel op mijn fiets blijven zitten. Achter mij gingen Selma, Hilleke en Ragnhild als dominostenen om. Maar het tweede stuk moest ik toch ook echt opgeven en aan de wandel. Dit zou zeker niet de laatste keer zijn deze klim en deze dagen.
Het was heet, droog en steil, maar hartstikke mooi. Het was ook de ergste klim die ik ooit gefietst heb, zei ik toen ik boven kwam. En nu ik dit schrijf ben ik al bijna vergeten hoe hels het was. Eenmaal boven werden we beloond met een prachtig uitzicht. Toen de laatste ook boven was begonnen we via de andere kant aan de afdaling. Dat is altijd een cadeautje. Volgens mij kon je dit wel met recht downhillen noemen. Er zaten zulke steile stukken bij dat je er niet aan moet denken dat je remmen niet goed werken. Dat deden ze gelukkig wel. Een paar keer vond ik het wel even spannend, maar focus is hier het toverwoord. Hilleke en ik hadden vrij snel het extreem steile deel achter ons gelaten en daarmee ook de groep. We reden samen verder naar beneden en genoten van het steeds groener wordende landschap met zelfs wat plassen water. Wat was dit gaaf!
Nu we deze heftige klim en afdaling achter de rug hadden, waren we eigenlijk ook wel toe aan zo snel mogelijk bij het kamp zijn. Maar we moesten nog wel een ruim een uur aan de bak. Iedereen reed de laatste kilometers op het tandvlees. We reden door een prachtige vallei het laatste steile stuk op. Nou ja, liepen. Ik kwam een heel eind maar het was echt niet te doen. Hoe vaak had Barteld die dag niet gezegd dat hij het goed zou maken? Dat deed hij dubbel en dwars. Boven aan de klim lag een zwembad en waren echte douches en een echte wc en zelfs een keuken!
Dankbaar en voldaan sprongen we onder de douche en het zwembad in. Wat was dit fijn zeg! Ondertussen had Abas de tenten opgezet en werd er gekookt. Deze keer zelfgemaakte nasi met kip en satésaus!
Hilleke en ik hadden ons tentje weer ingericht. Met wederom een prachtige sterrenhemel boven de hoogste berg van Oman, Jebel Shams, kropen we vroeg de tent in.

MTB dag 3
’s Ochtends bij het ontbijt komen de tentverhalen dan op tafel. Zo had Joyce Lucia bijna de tent uitgewalmd met haar tijgerbalsem en had Lucia weer levendig gedroomd. Joyce deed ook bij haar nachtelijk toiletbezoek wederom een fotoshoot van het kamp wat telkens prachtige plaatjes opleverde. Mijn nacht was niet anders dan de vorige. Twee keer eruit, maar deze keer gewoon naar een toilet met licht en toiletpapier. Is toch wel fijner.
Het ontbijt deze ochtend was een variatie van havermout, brood met scrambled eggs en yoghurt met gestampte granolareep. Barteld vertelde dat de hoogtemeters vandaag vooral aan het begin van de rit zaten. We moesten namelijk een groot deel van de steile afdaling van gisteren weer omhoog klimmen. Het was op en af en met recht een bike en hike te noemen. We hebben veel klimmen af moeten stappen. Percentages ver boven de 20% met al twee lange dagen in de benen en niet de beste nachten. Zelfs die fiets naar boven duwen was hard werken. Over de eerste 40 km deden we bijna 6 uur. Maar het was wel echt het mooiste deel van de tocht.

We fietsten langs snake canyon en daalden met ruim 30% (dat was wel even spannend en focus!) af naar een van de mooiste dorpjes in dit gebied. Begeleid door kindertjes op fietsen parkeerden we ergens midden in een straat. Barteld zette zijn campingtafeltje weer op en maakte verse pastasalade voor ons. Wij deden ondertussen een snelle tour door het dorp en hingen op de trap met chips en sapjes. We hadden nog geen 30 km afgelegd vandaag.
Na de lunch klommen we het dorp weer uit en reden een deel van de route terug. Het was 13:00 uur en goed warm. We reden nog een lang stuk vlak over een brede gravelweg met een forse wind tussen de bergwanden door. Dit is het terrein van Selma. Zij ging het gevecht aan met Barteld en Ragnhild hield dat prima bij. Joyce en ik deden nog een poging de Selma-trein bij te halen. Toen we ons wagonnetje bijna hadden aangehangen, zette Selma een turbo in en besloten we Hilleke en Lucia op te halen en ons eigen treintje te maken.
We maakten nog een hele mooie stop bij een bergspleet die uitkwam bij een meertje. Zo veel mooie verborgen schatten hier! Het laatste stuk off road nam ik Hilleke mee in mijn wiel. Zij had al die tijd met een handicap gefietst; een heel verzet minder. Kostte haar dus veel meer kracht om boven te komen al die dagen. Selma en Ragnhild hadden ook minder, maar ja, zij kwamen niet uit winterslaap ;).




Eenmaal op het asfalt hadden we twee opties. Of op 80 km stoppen op een parkeerplaats en daar wachten totdat Barteld de auto van Ragnhild had opgehaald of nog verder door naar een warmwaterbron. Maar dan zouden we nog 15 km meer fietsen en iedereen zat er al best doorheen. Maar met een reshuffle in de Selmatrein die vanaf nu op Arriva-tempo zou rijden, konden we het nog net voor zonsondergang halen. Barteld en ik reden achteraan en zaten best wel lekker te chillen met een hartslag van 110. Verder was er weinig chill aan, want in deze meer statische houding op een lange, rechte weg ging je toch wel alle pijntjes voelen. En dat was bij iedereen zichtbaar…
Even kwam Selma achterin rijden omdat ze een geluidje in haar fiets hoorde. Niet omdat ze van kop af wilde. Nee, ze zat lekker te herstellen daar met haar hoofd in de wind vals plat naar beneden. Hoe dan? Haar hartslag lag op max. 130. Ze reed de rest van de rit op kop uit. Petje af. En zo kwamen we toch bij het mooiste eindpunt uit.

Met fietskleding en al stapten we bron in. Om de beurt even het ‘gat’ in…bizar hoe zulk heet water uit dat gat blijft stromen. Daarna kwam de uitdaging…omkleden tussen de Omani. Zo buiten in het openbaar is dat niet heel netjes. Maar er was geen andere optie. Een groep gesluierde jonge Omani-vrouwen had er de grootste lol in ons te zien stuntelen met handdoeken en natte kleding. Maar het is ons gelukt.
Barteld was inmiddels ook gearriveerd en de grote inpakpuzzel kon beginnen. Wij zaten uitgeteld op een muurtje zijn Tetris-skills te bekijken. Daarna kwam het afscheid waarmee ook dit avontuur ten einde kwam. Wat was dit tof geweest! Ik had het voor geen goud willen missen. Wat was dit vet om met deze meiden te mogen doen. Dit was voor Barteld ook de eerste keer op deze manier. Hij deed het fantastisch. Petje af voor zijn geduld en flexibiliteit. Het ontbrak ons aan niets.
Ragnhild bracht ons terug naar Selma’s appartement. Uitgeteld aten we nog wat en gingen lekker naar bed. Even geen wekker en geen strakke planning de volgende dag. Ik sliep als een roos en werd de volgende ochtend om 6:45 uur vanzelf wakker. Doordat het hier altijd rond 18:00 uur donker wordt, gaat men vroeg naar bed en staat men vroeg op. Dat went snel. Heerlijk ook om dan de ochtend heel relaxt te beginnen.
Muscat
Het plan voor vandaag: Muscat! Maar eerst koffie drinken met Ragnhild. Nog even gezellig ontspannen napraten. Daarna reden we naar het Paleis van de Sultan en begon onze citytour. We lunchten met heerlijke curry, wandelden over de boulevard en beklommen Fort Muttrah. Bram nam ons mee naar de overdekte markt waar we souvenirs kochten. De dag vloog voorbij. Selma brouwde een heerlijke linzenstoof en toen was het al weer tijd om richting bed te gaan. De volgende ochtend vroeg uit de veren, want onze vlucht zou om 9:20 uur vertrekken. Aan het ontbijt viel mij op dat ik een sms had. Bleek onze vlucht gecanceld. Maar dat was ook al weer opgelost. We vlogen nu via Dubai in plaats van Zurich. En pas om 11:10 uur. Dat gaf ons extra tijd met Selma die toch wel moeite had met afscheid nemen. Maar gelukkig komt ze over 6 maanden ook weer even naar Nederland.






Wat was dit een uitgelezen kans om een land als Oman te bezoeken. En het heeft al mijn verwachtingen overtroffen. Wat een prachtig land en wat een nette, behulpzame en lieve mensen.



