Tenerife, een perfect eiland om even een weekje de zon en warmte op te zoeken en tegelijk te trainen. Samen met Jolien, die ik ken van KEK, vertrokken we op vrijdagochtend. Die middag zaten we in t-shirt en korte broek aan een heerlijk glas koude Verdejo. We kennen elkaar niet heel goed, dus genoeg te bepraten. Naarmate Jolien vertelt over haar MTB-tochten en hikes, die ze heeft gemaakt toen ze in Nepal woonde, bekruipt mij het gevoel dat ik hier wel eens met een hele goede klimmer aan tafel zit.

Eerst een dagje ‘relaxen’
Het dinerbuffet van ons aparthotel Hovima Jardin Caleta, hadden we die vrijdagavond goedgekeurd. Het ontbijt deze zaterdagochtend was ook perfect. We hebben het vermoeden dat in dit hotel vaak ook topsporters verblijven (er hangen foto’s met bekende namen als Femke Heemskerk en Sven Kramer). Er is zelfs een hoekje bij het buffet ingericht als sportbuffet. Hier ligt de pasta 😅.

Na het ontbijt besluiten we op verkenningstoer door Costa Adeje te gaan. Als snel lopen we door een rotsachtig ‘park’ met zicht op zee én zicht op de El Teide. Na een wandeling van ruim 5 kilometer drinken we even wat bij een tentje met zeezicht. We halen lunch bij de supermarkt, liggen een paar uurtjes aan het zwembad en halen aan het einde van de middag onze fietsen op. Uit puur enthousiasme besluit Jolien dat we best morgen al de El Teide op kunnen gaan.

De (h)el Teide
De El Teide is het hoogste punt van Tenerife en tevens de hoogste berg van Spanje (3.718 meter). De klim gaat ‘maar’ tot 2.356 meter, heeft een stijgingspercentage van gemiddeld 5,2%, met een max van 12%. De klim start op zeeniveau, wat het dus meteen een hele lange klim maakt. Vanuit ons hotel is de klim net geen 60 kilometer. Het is wel een hele gelijkmatige klim met 16 km voor de top een semi-vlak-dalend stuk van 8 km om even op adem te komen. Met deze informatie dacht ik dat het inderdaad wel te doen moest zijn.

Al vrijwel direct na vertrek pakt Jolien een behoorlijk tempo. Ik voel en zie dat zij mijn meerdere is, dus laat haar al vrij snel gaan. Vooral eigen tempo fietsen, anders gaat het mis. Al na 10 km klimmen begint mijn rug te zeuren. Ik heb het vermoeden dat mijn stuur van deze huurfiets een stuk lager staat dan bij mijn eigen fiets. Maar ja, daar kan ik nu niets aan veranderen.

Zo’n 5 km voor Chio (het laatste dorp voor de top en dan moeten we nog ruim 40 km klimmen) haal ik Jolien bij (doordat we klein stukje afdalen) en spreken we af dat ik haar op de top zie en dat we dus niet nog ergens op elkaar wachten.

Rekken, strekken, bijna flauwvallen en kramp
Na 25 km klimmen besluit ik even te stoppen en mijn rug te rekken en strekken. Ik eet een banaantje en besef hier dat het met deze rugpijn een helse rit gaat worden. Ik stap weer op en klim verder met een muziekje aan. Soms kom ik in een fijn (spinning)ritme. Maar de ellende blijft.

Na 38 km klimmen zet ik mijn fiets tegen een houten vangrail en eet een halve reep. Het maakt me misselijk. Ik begin zwarte vlekken te zien. Dit is niet goed! Als ook mijn oren beginnen te suizen en alles dof klinkt, ga ik maar rustig op de vangrail zitten wachten tot het beter wordt. Zou het te maken kunnen hebben met de hoogte? Op dat moment 1.700 meter. Acclimatiseren was toch ook de les die ik had geleerd tijdens het infietsen voor de Dolomietenmarathon dit jaar. Even een Sella Ronda fietsen op de dag van aankomst bleek toen ook niet zo handig.

Maar ja…nu opgeven? Ik ben immers al over de helft. Als ik na een tijdje weer normaal hoor en zie, een ibuprofen heb ingenomen en weer op de fiets zit, komt vrij snel een bord met ‘El Teide 20 km’ in zicht. Jeetje…dat is echt nog een eind! Maar ik weet ook dat er ergens nog een vlak stuk komt van een paar kilometer. Dat stuk komt gelukkig na 4 km. Het afdalen en vlak fietsen is heerlijk. Lekker snelheid maken en kilometers pakken. Na 8 km begint het weer. Op 54 km stap ik, deze keer met een vloek, voor de derde keer af. Kramp in linkerbovenbeen. Gelukkig trekt het snel weg. Ik stap weer op en trap op het lichtste verzet langs prachtige rotsformaties de laatste kilometers naar de ‘top’ (de echte top is alleen met kabelbaan te bereiken). Jolien zit er al een tijdje en heeft al een flesje water voor me klaarstaan. Blijft bijzonder hoe snel je je daarna weer goed voelt.

Downhill
We beginnen aan onze rit naar beneden. Omdat we niet dezelfde weg terug gaan, maar ons rondje via Vilaflor fietsen, moeten we na 10 km afdalen nog even 3 km klimmen. Daarna echt alleen nog maar afdalen. Tussendoor stoppen we in Vilaflor voor een welverdiende late lunch. Omelet met brood, salade en friet. Heerlijk! We dalen verder af naar ons hotel. Prachtig! Met 115 km en ruim 2.700 hoogtemeters ploffen we voldaan op ons balkon. Wat gaan we morgen doen?