Vroeger, op de basisschool kreeg je vaak een vaste plek. Als je pech had zat je het hele jaar in een stom groepje of naast iemand waar je niets mee had. Op de middelbare school mocht je in eerste instantie bij elk vak je eigen plek kiezen, wat dan voor de rest van het jaar je vaste plek werd. We zijn dus eigenlijk al van jongs af aan gewend aan vaste plekjes.

Zodra een vaste plek verplicht is, hebben we er moeite mee. Maar op het moment dat we zelf mogen kiezen, blijken we opeens vrijwillig voor dezelfde plek te kiezen wanneer we opnieuw in eenzelfde situatie komen. Zo hebben we op mijn werk flexplekken. Was de definitie van een flexplek niet dat je telkens ergens anders zit met als doel contact te maken met niet telkens dezelfde collega’s? Omdat iedereen zijn eigen VASTE flexplek heeft, valt er weinig te flexen op mijn werk.

In de sportschool is het niet anders. Tijdens de xco-lessen staat mijn ‘groepje’ altijd rechts vooraan. Stiekem zijn we geïrriteerd op het moment dat andere mensen op ‘onze’ plek staan! Bij striding is het zelfs zo erg dat mensen het over ‘mijn band’ hebben!

Ik geef toe, ik heb er zelf ook veel last van. Als ik bij mijn ouders eet, zit ik altijd naast mijn moeder die tegenover mijn vader zit. Heel vervelend als één van mijn andere zussen daar gaat zitten…grrr. In de sportschool heb ik altijd kluisje nummer 85. Op het station zet ik mijn fiets altijd in hetzelfde pad in de fietsenstalling. Deze laatste twee voorbeelden zijn waarschijnlijk ook gewoon ontstaan om niet te vergeten waar je spullen zijn.

Op vakantie deden we een aantal excursies. In de bus en op de boot ging iedereen op de terugweg op dezelfde plaats zitten of wanneer dat niet kon toch op z’n minst in de buurt van de plek waar ze op de heenweg zaten.

Mijn vader zit altijd op dezelfde plek op de bank. De bank zit daar ook duidelijk minder stevig.

Toen ik nog bij de Jumbo werkte, had ik een collega die altijd op dezelfde plek in de kantine zat. Als iemand anders op haar plek zat, ik heb het ook een keer expres gedaan :D, kwam bijna letterlijk de stoom uit haar oren en bleef ze wat onrustig heen en weer lopen. Ze keek je zowat van ‘haar’ plek af. Ze had overigens ook altijd haar eigen kassa en was chagrijnig op het moment dat ze op een andere kassa moest draaien. Wat maken we het onszelf toch moeilijk!

Genoeg voorbeelden over dit interessante fenomeen. Ik denk dat iedereen zich er wel in herkent. Zekerheid, veiligheid, geborgenheid…ach dat zullen onze drijfveren voor dit gedrag wel zijn. Heerlijk al die vaste plekken! Waag het niet…

(EV, 18 oktober 2013)